Elsevier; Trots op Heeze; 8 september 2001

Nu half Nederland in een rijtjeshuis woont, lijkt het niets meer uit te maken waar dat huis precies staat. Voelen mensen zich dan nog wel verbonden met hun woonplaats? In Heeze gebeurt wat overal gebeurt: na het wantrouwen volgt de verbroedering. Oude dorpeling en import vinden elkaar in de dorpstrots.

Het dorp Heeze ligt zo'n tien kilometer ten zuidwesten van Eindhoven, tussen bossen, de Strabrechtse heide en ontelbare maïsvelden. Opgeknapte boerderijen met onberispelijke voortuinen prijken langs de toegangsweg. Een bord markeert de dorpsgrens. Hoe kan het anders, er staat: 'Heeze, Parel van Brabant'.
De dorpskern ligt rondom de Kapelstraat, een bonte verzameling authentieke boerderijen, saaie vierkante woningen uit de jaren zeventig en statige villa's. Twee kerken liggen hemelsbreed slechts een paar honderd meter van elkaar af. Daartussen staat het gemeentehuis. Na een verbouwing kreeg het een moderne vleugel en een steenrode kleur. Eiken en rijen leilinden sieren de pleintjes. Chinese restaurants en snackbars zijn er in overvloed. En tussen lokale winkels als Hubertus Herenmode, Verberne Interieurs en Van der Linden Drogisterij floreren ook hier de Albert Heijn en de Edah. Heeze verschilt zo op het eerste gezicht in niets van andere dorpen in het Brabantse land. Hola, maar daar denkt de ware Heezenaar toch anders over.

Gerd van Hout (35) bijvoorbeeld is geboren en getogen in Heeze en verlaat het nog niet voor een miljoen. Hij is bouwkundig projectleider bij KPN Vastgoed in Den Bosch. Onlangs werd hij ontboden op het hoofdkantoor in Den Haag. Of hij er iets voor voelde om voortaan landelijk te opereren en de grote projecten onder zijn hoede te nemen? Van Hout ging akkoord. Mits hij in Heeze kon blijven wonen en in Den Bosch kon blijven werken. Iedereen groet Van Hout als hij De Koffer betreedt, een kruising tussen een grand café en een bruine kroeg. Overal waar Gerd van Hout komt is hij thuis, zegt hij. 'In elke kroeg in Heeze ken ik zeker de helft van de mensen van naam en de andere helft van gezicht.'
Nee, Van Hout is niet speciaal verknocht aan zijn huis, want dat is een onopvallend vrijstaand pand in een nieuwbouwbuurt die overal zou kunnen liggen. Het zit 'm in de mensen en het dorp zelf. 'Ik ben echt nog nooit op een plek geweest die zich met Heeze kan meten.' Hij meent het. 'Als ik in de stad op een terras zit, dan heb ik het na een uurtje wel gezien. Na twee weken vakantie in Frankrijk, ben ik blij als ik weer thuis ben. Ik zie het ook aan de mensen die zijn verhuisd. Er hoeft maar het minste of geringste te gebeuren, of ze zijn weer hier te vinden.'
Zeker als de jaarlijks terugkerende lokale trots, het festijn van 'De Brabantse Dag', eind augustus in aantocht is, verwacht Van Hout veel van die mensen. Het evenement trekt tienduizenden mensen uit het hele land, en geeft Heeze de kans te laten zien hoe hecht de gemeenschap is. Rondom een thema bedenken zeventien groepen inwoners een complete voorstelling. Ze bouwen gigantische praalwagens, die tot leven worden gebracht door straattoneel. De urenlange stoet is bij voorbaat van succes verzekerd. Niet zelden laten de wagenbouwers zich inspireren door de Middeleeuwen. Vandaar dat zich jaarlijks kortstondig de meest heftige en bloederige taferelen afspelen in Heeze.

Werkplaats
Hele buurten en straten sloegen dit jaar, alweer voor de 44ste keer, de handen ineen. Arm en rijk, jong en oud, autochtoon en import, het is een en al verbroederen op de werkplaats. Weken zijn ze in de weer met staal- en houtconstructies, papier-maché en verfkwast. Van Hout, die vermoedelijk al op zijn derde actief meedeed, neemt de technische organisatie voor zijn rekening. 'Ik ken iedere groep en ik bemoei me overal mee.'
In 1997 kreeg een gemeentelijke herindeling haar beslag en fuseerde Heeze (9696 inwoners) met Leende (4185 inwoners) en Sterksel (1373 inwoners). Het dorp heet nu officieel Heeze/Leende. Maar alleen op het gemeentehuis wordt het zo genoemd. De meeste Heezenaren spreken liever over een annexatie dan een fusie, en voegen er in één adem aan toe dat hun dorp toch als de grote winnaar uit de bus is gekomen. Zo ook Van Hout. 'Wij hebben De Brabantse Dag, de grote winkels, een station, en het gemeentehuis is twee keer zo groot geworden. In Leende hebben ze alleen een Aldi.'
Die Ajax-Feyenoord-vete tussen Heeze en Leende bestaat al van oudsher, en niemand weet er een verklaring voor. De onderhuidse strijd werd na de herindeling alleen maar sterker. Als er bestuurlijk iets verkeerd gaat, krijgen de Leendenaren daar nu automatisch de schuld van, en nog steeds wordt de burgemeester met argwaan gevolgd. Niet omdat ze geen Brabantse is, alleen omdat ze in Leende woont. Om de dorpen met elkaar te verzoenen, overweegt de Stichting Brabantse Dag volgend jaar ook een groep uit Leende uit te nodigen.
'Da dénk toch nie!' roept Caroline Nuyts (31) verontwaardigd. In het dagelijks leven is ze lerares Nederlands aan het Augustinianum College in Eindhoven, privé een onvervalste Heezenaarse. Ze groeide op in de 'Rode hoek', een dichtbevolkt stukje oud-Heeze waar arbeiders woonden die op boerderijen werkten of bij de lokale fabriek Koninklijke Van Engelen & Evers Textieletiketten. Nergens was het dorpschauvinisme sterker. Het was minder erg om er thuis te komen met een protestant dan met een Leendenaar. En dan de import. Ook over de nieuwbouwwijk De Nieuwe Hoeve aan de andere kant van het spoor werd met dédain gesproken. Nu woont Nuyts zelf al jaren samen in zo'n rijtjeshuis in De Nieuwe Hoeve, en ze voelt zich nog steeds een tikkeltje een verrader.
Maar ze valt in de categorie 'terug van weggeweest'. Vier jaar studeerde ze aan de Hogeschool in Tilburg. De stad haalde het niet bij Heeze. 'Ik had altijd wel wat te doen, maar er kwam nooit iemand spontaan langs. Alles ging op afspraak. Hier gaat de bel wel vijf keer per dag.' En helemaal in de zomer, vanwege het werk in de wagenbouwgroep 'Het Zij Zo', waarvan ze al tien jaar lid is.
Er is maar één minpuntje, vindt Nuyts: de roddel en achterklap. Iemand die dicht bij haar staat, is net gescheiden. Daar hoort ze nu de wildste verhalen over, wetende dat die onwaar zijn. Ook de rivaliteit tussen de wagenbouwgroepen - ze willen allemaal graag in de prijzen vallen - uit zich in vuig geklets. Geldproblemen, ruzietjes, slechte samenwerking, affaires, het wordt allemaal opgeblazen tot ongekende proporties. Op school heet Nuyts inmiddels juffrouw Heeze omdat ze het klaarspeelde dat alle nieuwe dorpsgenoten bij haar beginnen in de brugklas. 'In het nieuwe schooljaar wordt bij mij de eerste twee weken alleen maar over De Brabantse Dag gepraat.'

Lokale middenstand
De import-Heezenaar Hans van Gorp (59) doet er nog een schepje bovenop. 'Wij hebben geen stad of een ander dorp nodig.' Als hij een broek nodig heeft, haalt zijn vrouw Marianne er drie bij de 'herenmodezaak'. Die past hij thuis en hij hoeft soms pas weken later af te rekenen.
De familie koopt alles bij de lokale middenstanders. Als groot wijnliefhebber komt Van Gorp volop aan zijn trekken in de restaurants Van Gaalen en De Doedelaer. Die zijn naar verluidt zelfs in België bekend. Na twaalf jaar Nijmegen wilde de internist Van Gorp in een dorp wonen, op fietsafstand van zijn werk. Hij kon in Geldrop in het Sint-Anna Ziekenhuis aan de slag. Toen hij naar een huis zocht, was het veel landelijker Heeze liefde op het eerste gezicht. Hij werd er 'overvallen door een vrij gevoel', vertelt hij. In Geldrop was hij meneer de internist, in Heeze zou hij gewoon dorpeling kunnen zijn. Van Gorp kocht een vrijstaand huis in De Wijbossen, een villawijk. Strakgesnoeide heggen en kortgemaaide grasvelden zijn hier de regel. Het meest revolutionaire huis van de wijk is bekleed met zwart hout, waarin gele raamkozijnen fel afsteken. Na een kwart eeuw is de buurt er eindelijk aan gewend.

Dorpsleven
Regelmatig moet Van Gorp een paar dagen naar een congres in het Westen. En iedere keer weer slaakt hij een zucht van verlichting als de trein via de bossen en weilanden, langs zijn eigen achtertuin Heeze binnenrijdt. 'Ik ben niet alleen verknocht aan het dorp, maar ook aan het landelijke en de rust.' Aanvankelijk stortte vooral zijn vrouw zich in het dorpsleven. Ze maakte deel uit van de ouderraad van de lagere school waarop de kinderen zaten en deed actief mee aan De Brabantse Dag. Van Gorp hield zich afzijdig. Jaarlijks verleende hij wel wat hand- en spandiensten, maar op het moment suprême zat hij altijd met zijn fietsmaten op de Alpe d'Huez of Le Grand Ballon. 'Daar werd schande van gesproken,' memoreert hij. 'Uiteindelijk verplaatste ik mijn fietsvakanties en werd ik voorzitter van de wagengroep De Laarstukken.'
Als interim-voorzitter is hij dit jaar weer regelmatig op de bouw te vinden: een schaftwagen en een metershoge, halfronde, blauwe tent, waarvan er in totaal zestien over het dorp verspreid staan. De eerste dagen moet iedereen weer even aan elkaar wennen. Maar al snel is de groep één en wordt er voornamelijk plat Brabants gesproken. Iemand zwaait met een pilsje: 'Bliefde gij er nog inne?' In het begin werd vooral Marianne door de oude garde beschouwd als een losbandige buitenstaander omdat ze meestal een spijkerbroek droeg. Nu behoren de Van Gorps tot de Heezer incrowd. Het bewijs: niet veel mensen worden tijdens hun zilveren bruiloft op hun oprijlaan vereerd door optredens van zowel de dorpsfanfare als het Heezer Vocaal Ensemble.

Je hoeft dus niet als Heezenaar geboren te zijn, je kunt er ook een worden. Dat geldt eveneens voor Max Cornelissen (71), het enfant terrible van de dorpspolitiek. Juist omdat hij van buiten kwam en zo'n vreemde eend in de bijt was, kon hij zich vanaf dag één meer permitteren dan de rest. Cornelissen stelt onomwonden vast: 'Ik mag hier bijna alles.'
Omdat hij een goede baan kon krijgen op een Brabants reclamebureau, streek de geboren en getogen Amsterdammer in 1975 neer in een vrijstaand huis in De Nieuwe Hoeve. Met de meeste Heezenaren was het niet bepaald liefde op het eerste gezicht. Eerst kon hij de mensen niet eens verstaan, en hij werd met argwaan bekeken omdat hij een 'Hollander' was. Hij nam ze in de maling door steeds weer de route naar de 'Kápelstraat' te vragen. Pas na diep nadenken kwamen zijn dorpsgenoten er dan achter dat hij de Kapélstraat bedoelde en wezen ze hem allervriendelijkst de weg. 'In Amsterdam hoef je zoiets niet te proberen. Daar zouden ze meteen "Sodemieter op!" hebben geroepen.'
Maar al snel maakte hij zich onmisbaar in zijn buurt door Jan en alleman te helpen met het schrijven van brieven naar de belastingdienst. Als beloning vroeg hij iedere keer een Mariabeeldje. Inmiddels heeft hij een hele vitrine vol.
Politiek geëngageerd Heeze kon niet meer om hem heen toen hij ging schrijven voor het lokale blad Middenstandsbelangen. Cornelissen had een bron op het gemeentehuis, en de pikantste stukken vloeiden uit zijn pen. 'Ik kon schrijven wat ik wilde zonder het gevaar te lopen dat mijn ruiten de volgende dag aan diggelen lagen. Dat is Heeze. Er wordt weliswaar veel gefluisterd achter de handjes, maar je kan hier zijn wie je bent en zeggen wat je wilt.'
Inmiddels zit hij al jaren in de raad voor de Heezer Verenigde Partij (HVP). Cornelissen is ongetwijfeld de enige politicus in Nederland die ooit een Motie van Afschuw aan zijn broek heeft gekregen. Ondanks de plechtige belofte van de toenmalige burgemeester om behoedzaam te werk te gaan, waren er tijdens de verbouwing van het kerkhof stokoude graven omgewoeld. De zandhopen lagen vol knekels. En tot ontzetting van de raad nam Cornelissen die mee in een kartonnen doos. De motie werd aangenomen, maar Cornelissen bleef zitten. 'Soms is er even wat gekrakeel, maar mensen halen veel sneller hun schouders op als er bestuurlijk iets misgaat en sluiten al snel een compromis. In het Westen is alles zwart of wit en zijn de mensen onderling veel meer verdeeld door geloof, afstamming en hun politieke kleur.'
Hij verlangt nog weleens terug naar de 'reuring' in Amsterdam, maar kan de 'kleinburgerlijkheid' in het dorp niet meer missen. 'Nu zitten er weer een paar Leendenaren met tranen in hun ogen op het nieuwe gemeentehuis omdat hun eigen stek niet meer bestaat. Ze dubben erover of ze wel of niet naar de officiële opening zullen komen. Dat onzinnige, dat vind ik hier nou zo leuk.' Hij hoeft maar veertig meter te lopen vanaf zijn huis en zit al in de bossen, er gaat nauwelijks verkeer door zijn straatje en behalve wat inbraken is het zo rustig in het dorp dat er maar één politieagent nodig is. En nu komen zijn kinderen met hun gezinnen ook nog om de hoek wonen. Max Cornelissen gaat nooit meer weg. Ook hij maakt zich op voor de 44ste Brabantse Dag. Hij pakt een verfdoos, een kwast en een houten bord. 'Hierop moet ik een ouderwetse grammofoon tekenen. Komt straks op de wagen te hangen.'